Wanneer is er sprake van belediging

Bij de vraag wanneer er sprake is van een (strafbare) belediging, is afhankelijk van wat er precies is gezegd en in welke context het is gezegd. Hierdoor kan niet op voorhand worden aangegeven welke bewoordingen toelaatbaar zijn en wanneer iets als een belediging kan worden aangemerkt. Dit is per zaak verschillend. Onderscheid moet worden gemaakt tussen op zichzelf staande beledigende woorden en uitlatingen die door de context als belediging kunnen worden aangemerkt.

Algemene definitie belediging

Wat onder belediging moet worden verstaan, wordt niet nader uitgelegd in de wet. In de jurisprudentie wordt het begrip ‘belediging’ wel enigszins nader uitgewerkt:

  • “Een uitlating wordt als beledigend beschouwd, wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam.” (Vgl. HR 6 januari 2004, LJN AN8498, NJ 2004, 201, HR 30 oktober 2001, LJN AB3143, NJ 2002, 129 en HR 15 september 1997, DD 98.007)
  • Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan (o,a, Vgl. HR NJ 2004, 201 en HR 22 december 2009, LJN BJ9796, NJ 2010/671)

In HR NJ 2002, 129 is bepaald dat een uitlating beledigend is wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem in zijn eer en goede naam aan te randen. Onderzocht dient derhalve te worden welke lading de verdachte in het bijzondere geval aan zijn woorden en/of gebaren kennelijk heeft willen geven, en hoe zij door de geadresseerde in redelijkheid kunnen zijn opgevat. Zelfs woorden die, op zichzelf beschouwd, geen negatieve betekenis hebben, kunnen strafbare belediging opleveren indien de omstandigheden van het geval erop wijzen dat zij werden gesproken met het oogmerk te kwetsen, en redelijkerwijs ook zo kunnen zijn overgekomen, vgl HR NJ 2001, 101.

Beledigende woorden

Er zijn uitlatingen die op zichzelf of door de combinatie van de gebruikte woorden als een belediging kunnen worden aangemerkt. Het bezigen van in het spraakgebruik erkende scheldwoorden is beledigend in de zin van art. 266, eerste lid, Sr. Termen die naar algemeen spraakgebruik als scheldwoorden te kwalificeren zijn, zijn daarvoor geschikt. In het bezigen van dergelijke termen ligt reeds – behoudens contra-indicaties – de strekking om te beledigen besloten. Zo hebben de woorden “sukkels”, “loosers”, “klootzakken” en “kankerlijers” dragen op zichzelf genomen in het algemeen een beledigend karakter (LJN: BI5623, Hoge Raad, 22 september 2009).

Ook bepaalde combinaties (‘samenstel van woorden’ kunnen worden aangemerkt als een belediging:

  • Vuile homo’s en vieze smerissen (HR NJ 2001, 101)
    In HR NJ 2001, 101 fietst de verdachte langs een aantal politieambtenaren, waarbij hij “een geluid als van een paard” in hun richting maakt. Verdachte fietst door maar blijft in de richting van de verbalisanten achterom kijken, waarna hij ten val komt. Als de politieambtenaren hierom lachen, voegt de verdachte hun de woorden “vuile homo’s”, “homofielen” en “vieze smerissen” toe. De Hoge Raad oordeelt dat het hof klaarblijkelijk de woordcombinaties “vuile homo’s” en “vieze smerissen” beledigend heeft geacht, hetgeen het hof heeft kunnen doen zonder miskenning van de betekenis die aan die in art. 266 Sr voorkomende term toekomt. Voorts overweegt de Hoge Raad dat het hof tegen die achtergrond het samenstel van uitlatingen waaronder het door de verdachte in samenhang met de genoemde uitlatingen gebezigde woord “homofielen” als beledigend heeft aangemerkt, welk oordeel volgens de Hoge Raad geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is.

Door de context beledigend

Daarnaast zijn er dus uitlatingen die op zichzelf niet als een belediging kunnen worden aangemerkt. In een dergelijk geval moet – volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad – een uitlating als beledigend worden beschouwd indien zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan (vgl. HR 22 december 2009, LJN BJ9796, NJ 2010/671).

  • Flikker (LJN: BW9960, Hoge Raad, 3 juni 2012)
    Het gebruik van het woord “flikker” is op zichzelf niet beledigend, zodat in deze zaak de beantwoording van de vraag of sprake is van belediging in de zin van art. 266 Sr, afhangt van de context waarin dat woord is gebezigd. Het Hof heeft in de hiervoor onder 2.2 weergegeven bewijsmiddelen vastgesteld dat de verdachte vanaf een bank bij een buurthuis tijdens de aanhouding van [betrokkene 1] in de richting van [verbalisant 1] met zeer luide stem het woord “flikker” heeft geroepen. Het Hof heeft daarmee als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat onder deze omstandigheden het woord “flikker” de strekking heeft de persoon tot wie de uitlating was gericht in zijn eer en goede naam aan te tasten en dat dit woord derhalve in het onderhavige geval als beledigend moet worden aangemerkt. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk (vgl. HR 6 januari 2004, LJN AN8498, NJ 2004/201).
  • Wat moet je nou, mafkees (LJN: BJ9796, Hoge Raad, 22 december 2009)
    Het kennelijke oordeel van het Hof dat de uitlating van de verdachte “Wat moet je nou mafkees?” de strekking heeft degene tot wie zij is gericht in zijn eer en goede naam aan te tasten, geeft – in het licht van de omstandigheden waaronder die uitlating is gedaan, zoals daarvan blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen – geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat van een politieagent mag worden verwacht “dat deze in een gegeven situatie meer moet kunnen verdragen dan anderen, waar het eventueel beledigende uitlatingen betreft” vindt geen steun in het recht (vgl. HR 22 september 2009, LJN BI5623, NJ 2009, 466).
  • Homofiel (HR NJ 2004, 201)
    In HR NJ 2004, 201 roept de verdachte in kennelijk beschonken toestand door een geopend raam een politieambtenaar het woord “homofiel” toe, nadat deze hem had aangesproken op wildplassen. Het oordeel van het hof dat in de door hem geschetste omstandigheden de term “homofiel” de strekking heeft de politieman tot wie de uitlating was gericht in zijn eer en goede naam aan te tasten, geeft geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.
  • Homo’s (Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 28 december 2007, LJN BC0815)
    In deze zaak roept de verdachte politieambtenaren zingend “homo’s” toe, terwijl die verbalisanten in zijn visie bezig zijn met het onnodig uitschrijven van bekeuringen. Op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg verklaart de verdachte dat het woord “homo”, wanneer dit woord onder deze omstandigheden wordt geuit, voor hem zoiets als “eikel” of “sukkel” betekent en dat hij zich kan voorstellen dat de politie zich beledigd voelde. Voorts verklaart een van de verbalisanten op de terechtzitting in hoger beroep dat hij het woord “homo’s” als beledigend heeft opgevat. Het hof oordeelt dat de bewezenverklaarde uiting van verdachte onder deze omstandigheden de strekking had de verbalisanten tot wie de uitlating was gericht in hun eer en goede naam aan te tasten en ook dat effect had.

> Zie ook hiervoor Rb Den Bosch 21 augustus 2007, LJN: BB2083: enkele homo roepen is niet beledigend

  • Joden (Gerechtshof ‘s-Gravenhage 12 oktober 2007, LJN BB5880)
    De verdachte roept op het moment dat een busje van de politie hem passeert “Joden” in de richting van dat busje. Het hof overweegt dat verdachte zonder enige aanleiding in het openbaar in de richting van het passerende politiebusje “Joden” heeft geschreeuwd zonder dat dit op enigerlei wijze functioneel was, en dat is gebleken dat verdachte zijn eerdere contacten met de politie als negatief had ervaren en een hekel had aan de politie. Voorts oordeelt het hof dat daaruit kan worden afgeleid dat de kreet “Joden” een vernederende bedoeling had en dus onder de gegeven omstandigheden als beledigend kan worden gekwalificeerd.

> idem: Gerechtshof ‘s-Gravenhage, 19 juni 2009, LJN: BK4141

  • Fuck you (LJN: BA9474, Gerechtshof Arnhem, 12 juli 2007)Verdachte heeft erkend “fuck you” te hebben gezegd tegen een politieambtenaar.
    Hij wilde daarmee naar eigen zeggen duidelijk maken dat de politie anders met hem moest omgaan. Zijn woorden betekenden volgens hem iets als “sodemieter op”.
    Het hof heeft in deze zaak te oordelen over de in de tenlastelegging gebruikte woorden: “fuck you en fuck je moeder ook”. Het hof acht bewezen dat verdachte deze woorden heeft gebruikt tegenover de politieambtenaar [verbalisant 1], terwijl laatstgenoemde bezig was in en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
    Het hof is zich ervan bewust dat de in deze tijd veel gebruikte woorden “fuck you” afhankelijk van tijd en plaats, context, gebruiker van die woorden of aangesprokene kan variëren in betekenis en uitwerking. Ook het daarbij soms gemaakte “middelvingergebaar” kan de situatie bepalen.
    Over de door verdachte gebruikte woorden, die naast “fuck you” ook “fuck je moeder ook” bevatten, kan geen misverstand bestaan. Die zijn beledigend. Door de toevoeging van deze laatste uitlating kan het niet anders dan dat de door de verdachte gebruikte woorden de strekking hebben de ander aan te randen in zijn eer en goede naam. De woorden “fuck je moeder” hebben naar het oordeel van het hof namelijk (vrijwel) dezelfde betekenis als het – ook in Nederland gebruikte – scheldwoord “motherfucker”, hetgeen volgens de Van Dale (Groot Woordenboek van de Nederlandse taal) “klootzak” betekent. In dit woordenboek wordt aan het woord nog toegevoegd:
    “Eng. (lett. moederneuker)”.
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden